Peru, Chili & Bolivia 2007


1 mei 2007 beginnen we aan onze 34-daagse reis, die we zelf hebben samengesteld via de website www.peruonline.nl.
Inmiddels zitten we nu in ons eerste Peruaanse internetcafeetje. De eerste en tevens laatste volle dag Lima zit er al een heel eind op. Morgen trekken we verder langs de Peruaanse kust richting Pisco. De vlucht verliep prima, maar na 16,5 uur onderweg te zijn geweest van luchthaven naar luchthaven, waren we blij dat we veilig ons hostal bereikten. Het is erg knus en het heeft een leuke sfeer, bovendien zijn we de enige gasten op het moment. Vanochtend hebben we een taxi genomen naar de Plaza Mayor, het centrale plein in Lima. Daar heb je aan de ene kant koloniale panden, aan de andere kant de kathedraal, het aartsbisschoppelijk paleis en het regeringspaleis. Het is een mooi plein en daar zitten we dan ook een half uurtje ons verstand aan te vergapen 🙂
Daarna lopen we door naar de andere oever van de rivier die Lima doorkruist. We komen in een arbeiderswijk, waar een stierengevechtsarena zou moeten liggen en een mooi uitzichtspunt over de stad. We zien ze na een paar minuten beiden, maar vinden ze allebei niet spectaculair genoeg om onze weg ernaartoe te vervolgen. We lopen weer terug naar Plaza Mayor en nemen de taxi naar de wijk Miraflores, waar ook ons hostal ligt. Daar lopen we ´s middags naar de Stille Oceaan en genieten van het uitzicht over het water en de rotsachtige kust.
We pakken een ijsje en halverwege de middag eten we wat bij een restaurant waar toevallig Milan tegen Manchester United word uitgezonden. Aan een rustig dagje komt bijna een eind, we zijn voldoende geacclimatiseerd en klaar voor de rest van deze reis.
 
Na  Lima zijn we dus met de bus naar Pisco gereden. Aan deze bussen kunnen ze bij Solmar Tours nog een puntje zuigen. Maar erg aangenaam dus 🙂 De stad Pisco was niet echt bijzonder, maar de tour naar de Ballestas Eilanden waar het om te doen was des te meer. Met een speedboot voeren we in drie kwartier naar deze eilanden waar we o.a. Humboldt pinguins,
zeeleeuwen
en pelikanen zagen. Je mag er niet aan land, dus de dieren voelen zich er ook prima thuis. Ook kregen we al een voorproefje op de Nazca-lijnen in de vorm van een kandelaar die in de kust was getekend.
Aan het eind van de middag doken we de bus weer in op weg naar Ica. Daar hebben we gezeten in een oase zoals je je die voorstelt. Werkelijk een mooi plaatje.
Daaromheen dus vooral een grote zandbak, waar we vervolgens ook met een zandbuggy doorheen zijn gecrossd. Verder was het een heel aangename omgeving om vooral niks te doen en te relaxen. Wederom in de namiddag pakten we vervolgens de bus naar Nazca. Daar kwamen we pas tegen tienen aan. Na het regelen van de vlucht de dag erop zijn we maar gelijk gaan slapen. De vlucht over de beroemde Nazca-lijnen vond vanochtend plaats en is echt indrukwekkend.
Je kunt je niet voorstellen hoe die lijnen daar terechtgekomen zijn. En, net zo belangrijk, we hadden het er vanaf gebracht zonder over te hoeven geven. Die kans is namelijk niet gering, de piloot doet alles behalve loopings. Een achtbaan is kinderspel. De middag hebben we gevuld met het bezoeken van enkele graven uit de Nazca-periode. Nu wachten we in spanning op het vertrek van de nachtbus naar Arequipa.
 
Inmiddels zit onze periode in de regio Arequipa er bijna op. De nachtbus van Nazca naar Arequipa gehad en ´s ochtends toch nog even een uurtje of twee bijslapen in onze nieuwe onderkomen, dat er net als alle vorige prima uitziet. Echte posada´s, leuke sfeer, niet te luxe, maar ook zeker niet smerig. Na de siesta maar eens een kijkje gaan nemen op de Plaza de Armas. Het plein heeft zo´n ontzettend slechte infrastructuur dat het volgens mij ´s nachts nog niet fatsoenlijk doorstroomt. En wat blijkt, hier hebben ze ook verstand van voetbal. Kijk maar eens op de fotosectie 🙂 Verder een schitterend plein met als continue achtergrond de vulkaan el Misti met een hoogte van meer dan 5800 meter.
De stad zelf ligt al op zo´n 2300 meter, dus kunnen we aardig wennen aan de grotere hoogten die hun opwachting maken de rest van de reis. Na de eerste kennismaking met het centrale plein brengen we een bezoek aan DE trekpleister van Arequipa, het Santa Cathalina klooster. Het duurt een uurtje of drie eer we alles goed hebben bekeken en tot de conclusie komen dat het een bezoek meer dan waard was. Het klooster heeft prachtige steegjes met mediterrane kleuren, het is een dorpje op zich. 
 
´s Avonds nuttigen we onze eerste alpaca ooit. Best lekker. Gecombineerd met een overheerlijke ananassap is het best vol te houden. Dat sapje zal nog veelvuldig genuttigd worden. Moe, maar voldaan leggen we ons te ruste. De tweede dag staat er eigenlijk niet zo veel op het programma, dus besluiten we ons door een oud opaatje van 66 rond te laten rijden door de stad op zoek naar mooie uitzichtspuntjes.
Ondanks het feit dat opa geen Engels spreekt en wij maar een paar woorden Spaans komen we er goed uit en zien we prachtige stukjes van Arequipa. Opa vertelt tijdens de tochtjes van het ene uitzicht naat het andere ronduit over zijn 4 kinderen, kleinkinderen en van alles wat we niet kunnen volgen 🙂 Maar het is hartstikke gezellig en een taxi hier kost echt niks. Anderhalf uur later krijgt opa van ons 15 soles (kleine 4 euro) waar 8 afgesproken was. Als we even later uit de supermarkt stappen zwaait opa ons nog maar eens vriendelijk toe. We gaan op tijd eten daarna want de dag erop begint ons avontuur naar de Colca Canyon. Die dag begint met een vijf a zes uur durende busrit naar Cabanaconde. Dat dorpje ligt aan het einde van de canyon, de laatste twee uur vanaf Chivay over een onverharde weg. Niets lijkt hier ook maar enigszins op Nederland. Na een alleszins redelijke lunch vertrekken we voor onze tweedaagse trek in deze canyon. Vanaf de eerste stappen is het uitzicht al om van te watertanden.
Je kijkt al meteen een kilometer de diepte in en realiseert je dat jij datzelfde stuk ook daadwerkelijk af moet gaan leggen. Na een uurtje of wat lopen komen we aan bij een dorpje op de bodem van de canyon met 50 inwoners waar ze sinds 4 maanden elektriciteit hebben. Maar voor meer dan alleen licht word het nog niet gebruikt. De voorgeschotelde maaltijd komt dus nog regelrecht van een echt vuurtje.
Ingrid schilt de aardappelen mee. We geven onze gastvrouw een paar uit NL meegebrachte geschenkjes en gaan dan slapen. De dag erop lopen we in drie uur naar een heuse oase. Onderweg bezoeken we nog de huisarts van het gebied die in zijn beste handen-en-voeten-Engels uitlegt dat hij voor sommige patientenbezoeken drie dagen onderweg is. We besluiten de huisarts een nieuwe weegschaal te geven. Niemand in het gebied heeft namelijk geld voor de huisarts en deze bekostigd het geheel dan ook voornamelijk met sponsorgelden. Bij de oase komen we weer even op adem en beginnen we om 13:00 lokale tijd aan de klim van een kilometer tegen de canyonwand naar Cabanaconde. Het feit dat we als eerste toeristen naar boven klommen, kon niet voorkomen dat we het laatste kwartier met zaklamp moesten lopen. De tocht was mooi, de uitzichten oogverblindend, maar bloedheet en dus loodzwaar. We krijgen nog net het diner naar binnen en vallen dan in ons bedje. Dag drie word er niet meer gewandeld, maar bezoeken we Cruz del Condor. Het zal niemand verbazen als ik zeg dat we daar een half uur lang met open mond naar deze schitterend grote vogels, condors geheten, hebben zitten kijken.
Daarna weer terug naar Arequipa, waar we rond vier uur aankomen. We kopen een weegschaal en overhandigen die aan onze gids, die beloofd hem bij de huisarts te zullen bezorgen. We nuttigen onze laatste maaltijd in deze mooie stad en zitten nu dus ff te internetten. Morgen gaan we in alle vroegte naar Arica, Chili.
 
Gisteren hebben we al een aantal foto’s op de site geplaatst. We hadden echter geen tijd voor het bijbehorende verhaal. Dit komt dus nu 🙂
De tocht naar Arica ging via de grensplaats Tacna in Peru. Vervolgens namen we een colectivo (gewoon een ordinair grote Amerikaanse bak) om de grens met Chili over te steken. In zo’n auto zitten eigenlijk altijd 5 personen. Zo ook de onze. Maar de eerste afvaller hadden we al bij de Peruaanse autoriteiten. Een Chileense mocht Peru niet uit. Bij de Chileense douane mocht vervolgens een Peruaan Chili niet in. Onze chauffeur ritselde ondertussen een nieuwe passagier, dus eindigden we met z’n vieren. Het plaatsje Arica bereiken we vervolgens een kwartiertje later. Het was ooit de droogste plaats op aarde, maar er zijn waarschijnlijk stom toevallig een keer drie regendruppels naar beneden gekomen. Wij wandelen meteen ff naar el Morro, een uitzichtspunt over de stad en de Grote Oceaan. Verder gebruiken we de plaats voor een uitstapje naar de Andes. We boeken een toer naar Lauca N.P. de dag erop. We zien o.a. cactussen in de vorm van een kandelaar, hieroglyphen in de bergen. Maar absoluut hoogtepunt is Lauca N.P. zelf. Uitzicht op Chileense en Boliviaanse zesduizenders met natuurlijk bijbehorende sneeuwtoppen,
meertjes en vicuna’s.
Ook zien we een paar vizcacha’s, een soort Andeskonijn.
Een prachtige toer waarbij we van zeeniveau naar 4500 meter gaan. De dag was sowieso leuk, want we hadden tijdens de toer gezelschap van een 29-jarige uit Manchester en een Chileens gezin. Ondanks het feit dat dit Chileense gezin werkelijk geen woord Engels sprak en wij maar een paar woordjes Spaans, was het de hele dag beregezellig. Als we nog eens naar Chili komen, waren we van harte uitgenodigd. Na deze leuke dag stond de nachtbus naar San Pedro de Atacama op het programma. Dit plaatsje ligt op ongeveer 2300 meter hoogte midden in de droogste woestijn ter wereld. Ook hier boeken we maar weer een toertje. De volgende dag vertrekken we om 4:00 naar de El Tatio geisers.
Als we er om circa 6:30 arriveren is het er met een temperatuur van -6 graden Celsius koud te noemen. Maar de geisers zijn bij kou het actiefst, dus moet je er wat voor over hebben. Het is een bijzonder fenomeen. In die kou zijn er toch ook nog mensen die een duik wagen in een natuurlijk thermaalbad. Daarna hobbelen we terug naar San Pedro. In de middag hebben we een tochtje naar de Valle de Luna, die moet eindigen met een mooie zonsondergang. Waar de ochtend heel speciaal was, viel deze toer wat tegen. Maar ach, wat moet je anders in San Pedro 🙂 De dag erop vertrekken we naar Bolivia. Op het programma staat een 3-daagse toer naar Salar de Uyuni. Vooraf zijn onze verwachtingen hoog. Dit moet heel bijzonder zijn. Het kost nog wat moeite om weg te komen, details zal ik jullie besparen. Maar eenmaal onderweg gaan we naar de Chileense douane in San Pedro. We zitten in een bus vol met Jappen. Na deze grensformaliteiten vertrekken we richting de 40 km verderop gelegen grens??? Een uur later arriveren we bij een hutje waar de Boliviaanse douanebeambten hun onderkomen hebben. We zitten dan op ongeveer 4300 meter hoogte. Het is er bitterkoud. We leggen de laatste paar kilometers met de Chileense bus af, voordat we bij de Laguna Verde overstappen op de Boliviaanse jeeps, die voor de komende drie dagen ons vervoermiddel vormen. Dit meer ligt al meteen schitterend.
Het bevriest niet bij een temperatuur van -10 graden Celsius vanwege de aanwezigheid van veel mineralen. We ontbijten er ook en vertrekken dan echt richting binnenlanden van Bolivia. De komende dagen zijn asfaltloos. Achter elke berg verschilt het landschap weer totaal van het vorige. We bezoeken ook aan de Bolviaanse kant geisers.
Die liggen op 4800 meter hoogte. Waar de geisers in Chili ongeveer 85 graden Celsius waren, zijn deze 200 graden. Ik heb het niet zelf uitgeprobeerd, ik geloofde het zo ook al. Waar de Chileense geisers water en stoom voortbrachten, waren het nu vooral verschrikkelijk hete modderpoelen. Bij elke stop weet iedereen niet hoe snel die weer in de jeep zit. Het is koud!!! We eindigen de dag bij Laguna Colorado.
Dit meer is blauw, rood en wit tegelijk. Het bijzondere van dit meer is verder dat het ondanks de hoogte (circa 4200 meter) heel veel flamingo’s herbergt.
We lopen in een half uur heeeeeeel  rustig naar een uitzichtspunt over het meer en gaan dan op tijd slapen als de generator de stroomvoorziening stopt en we dus geen licht meer hebben. De volgende dag gaat via de Siloli-woestijn en bijzondere rotsformaties en een hoop vulkanen richting San Juan, wat aan de rand ligt van Salar de Uyuni. Aan deze immense zoutvlakte van 12.000 vierkante meters beginnen we dag drie. Het landschap waar we in rijden die dag is voornamelijk wit. In de verte doemen af en toe eilandjes op. Op een ervan hebben we een uurtje pauze, om te genieten van dit aparte tafereel.
Ik vertel er verder niks over, kijk maar naar de foto’s. Navigeren doe je hier op de bergen, vertelt onze chauffeur. Klink logisch in deze ontzettend witte omgeving.
We bezoeken nog een hotel geheel gemaakt van (hoe kan het ook anders) zout. We gaan naar het plaatsje Colchani waar zout gewonnen word
en rijden dan naar Uyuni, alwaar de nachtbus naar La Paz vertrekt. Concluderend hebben we nog nooit zulke mooie landschappen gezien als de afgelopen drie dagen. In La Paz zijn we vanochtend aangekomen. De eerste zes uur was hobbelen over zand en grind, de laatste paar uur zowaar over asfalt. De eerste van drie dagen La Paz zit er bijna op. Dit zijn mijn laatste minuten. We hebben al een paar uur durende tocht door La Paz achter de rug. We hebben nog nooit zoveel kraampjes bij elkaar gezien. Overal staan kraampjes met typische vrouwtjes met bolhoedjes erachter.  
Hier komen we nog wel twee dagen door:)
 
Die twee dagen werden uiteindelijk bijna vier dagen 🙂 We hebben heerlijk geslenterd twee dagen lang, geshopt, gegeten en gerelaxed. Maar op de dag dat we zouden moeten vertrekken naar Puno weer in Peru ging het mis. Er waren blokkades op de wegen naar Peru en na vier uur zitten in de bus op de terminal, werd ons duidelijk gemaakt dat het geen zin had om te vertrekken. Wij zijn dus een halve dag bezig geweest om het programma aan te passen. Eind van de middag werd duidelijk dat de busmaatschappij de volgende dag i.p.v. 8 uur om 5 uur ´s ochtends wilde vertrekken om eventuele blokkades voor te zijn. Wij vonden dit alleszins redelijk, als we maar weg konden. Niks is zo erg als je ergens niet meer weg komt. Alternatieven als trein of vliegtuig waren of onmogelijk of veel te duur. Dus wij vol goede moed de volgende dag weer naar de busterminal. De bus vertrekt niet om 5 maar 6 uur (het is ten slotte Bolivia) en na een klein uurtje rijden staan we net buiten La Paz bij een tankstation, omdat er toch weer een blokkade is. Informatie krijgen we niet, alleen dat we het maar eens even af wachten wat er gebeurd. Uiteindelijk lost de blokkade tegen vijven ´s avonds op en kunnen we bliksemsnel naar de grens, waar we net voor de douanebeambtes naar huis gaan, nog Peru in kunnen. Een hele opluchting. Inmiddels hadden we noodgedwongen de tweedaagse tour op het Titikaka-meer omgezet in een eendaagse. Waar je normaal begin van de middag in Puno aankomt, kwamen wij moe, maar opgelucht om half elf aan bij ons hostal. De dag erop dus de eendaagse toer over het Titikaka-meer. Als eerste brengen we een bezoek aan de drijvende rieteilanden van de Uros-indianen.
Als je hoort dat deze mensen elke twee weken een nieuwe laag riet op het eiland moeten leggen en hun huis moeten verplaatsen om niet te verzuipen, krijg je spontaan medelijden. We kopen hier twee leuke kussensloopjes en varen met een boot gemaakt van totora-riet en vertrekken dan richting Isla Taquile. Hier blijven we drie uur. We lunchen er en lopen een paar kilometer over het mooie eilandje. Het leuke van het eiland is dat alle mannen hier breien. Als je als man niet kan breien mag je zelfs niet trouwen. Je ziet dan ook over het hele eiland breiende mannen voorbij komen.
Vanaf de top van het eiland heb je een prachtig uitzicht over het Titikaka-meer en de witte Andestoppen op de achtergrond daarvan.
Het is ondanks de hoogte van bijna 4 km heerlijk T-shirtjesweer. Daarna vertrekken we met ons bootje weer naar Puno waar we rond zonsondergang weer arriveren. De dag erop gaan we om 8 uur ´s ochtends met de bus naar Cuzco waar we rond 3 uur ´s middags aankomen. Nu reizen we weer volgens schema. Vandaag hebben we lekker rondgehangen in en om deze mooie stad. We hebben de Inca-ruines van Sacsayhuaman bezocht, waarvandaan je een prachtig uitzicht op Cuzco hebt.
Verder valt op dat Cuzco veel toeristischer is dan welke andere plek ook in Peru, met al zijn nadelige effecten van dien. Om de twee meter hangt er weer iemand aan je om iets kwijt te kunnen. Na de opleiding "volledig negeren" in India moeten ze echter van goede huize komen:) Zometeen nog ff romantisch tafelen en dan zijn we klaar voor de vierdaagse Inca-trail. Laterssssss.
 
Vandaag zijn we weer aangekomen in Cuzco na ons avontuur op de Inca-trail. Het was een prachtige wandeltocht. Op dag een werden we gedropt in de heilige vallei waar de weg ophield. Na het eerste controlepunt steken we de rivier de Urubamba over en is onze trail begonnen.
De eerste dag test de gids ons een beetje. Onze groep bestaat uit 11 toeristen, een gids, een assistent-gids, een kok, assistent-kok en 13 dragers. De toeristen bestaan uit 6 Amerikaanse jongedames, twee Ierse jongedames, een Canadese en wij. Ik ben dus idd de enige vent van het gezelschap. Met vier wandeluren en relatief vlak is het heel goed te doen. Een opwarmertje voor de rest. Onderweg komen we de eerste Inca en pre-Inca ruines tegen, waarbij Llactapata het meest in het oog springt.
We blijken wel de enigen die hun eigen spullen dragen, de rest huurt een drager in. Dat was voor ons alleen maar een extra uitdaging 🙂 De omgeving is schitterend, dus als je van het wandelen ff niet zo kunt genieten, stop je om het landschap te aanschouwen. Het eten was echt super, zeker naar omstandigheden en de gids begrijpt ons Engels soms niet helemaal, maar ze doet ook uitstekend haar best. De tweede dag staat een pittig klusje op het programma. Namelijk de wandeling van ongeveer 2900 meter hoogte naar de Dead Woman´s Pass op 4215 meter hoogte en daarna weer afdalen naar ongeveer 3600 meter. Deze pas is het hoogste punt van de Inca trail en als je die bedwingt kan de rest van de trail eigenlijk niet meer stuk.
Het is ff zweten, maar we weten de pas beiden te halen en moe maar voldaan bereiken we de tweede overnachtingsplaats. Op de tweede dag zien we geen archeologische Inca-hoogstandjes. Die hebben we weer op dag drie. Die beginnen we echter met de tweede pas die een hoogte heeft van 3950 meter.  Het is erg mistig de hele dag, dus kunnen we weinig zien van het schitterende tropische regenwoud waar we doorheen lopen. Ondanks het feit dat we de hoogste pas al gepasseerd zijn, is deze dag redelijk zwaar, aangezien die langer is en je de kilometers van de eerste twee dagen natuurlijk nog in de benen hebt. Na de derde en laatste pas (3670 meter), wat ik eigenlijk geen pas kon noemen, dalen we af naar ongeveer 2600 meter voor onze derde en laatste overnachtingsplaats. Daar drinken we met een clubje een biertje op het halen van de Inca-trail, want de laatste dag wil niet zo veel meer zeggen. We bedanken de dragers, koks en gidsen en geven hun onze fooi. Die hebben ze dikverdiend. Ze krijgen van ons allerlei kleding en prullaria en de gids verloot ze onder hen. Daarnaast krijgen ze van ons groepje ieder 70 soles, een slordige 17,5 euro. Om half tien leggen we ons vervolgens te ruste. Dat is een uurtje of twee later dan de vorige twee dagen. De laatste dag staan we om kwart voor vier op om op tijd bij het uitzichtspunt te staan. Het blijkt niet voor niets 🙂 Het is zo mistig als wat en je ziet geen hand voor ogen. Met z´n allen hopen we dan maar dat het in de loop van de ochtend wat opklaart. Als we vervolgens een uurtje of drie later in Machu Picchu rondbanjeren kunnen we het uitzichtspunt perfekt zien liggen. Erg frustrerend 🙂 Maar het belangrijkste is dat we een ander leuk plekje vinden om over Machu Picchu uit te kijken.
We genieten van dit wereldwonder en dalen daarna af naar Aguas Calientes. Aan het eind van de middag nemen we de trein naar Ollantaytambo waar we vervolgens zelf naar ons hostal moeten reizen. We belanden in een colectivo met locals die ons voor 2 soles p.p. naar het 20 minuten verderop gelegen Urubamba brengt. Daarna nog een riksja en we zijn aanbeland bij het mooiste hostal van onze reis, Willka Tika. Het is een eco-lodge met werkelijk een prachtige tuin. Als we dit geweten hadden, hadden we dit hostal nog langer geboekt. Heerlijk rustig gelegen, Zuid-afrikaanse eigenaars en onze kamer drie keer zo groot als de grootste tot dan toe. Jammer genoeg komen we in het donker aan en de rondleiding door de tuinen krijgen we daarom ook de dag erop. Daarna moeten we helaas gauw genoeg al weer verder naar Cuzco. Als je na de Inca Trail lekker even tot rust wil komen, moet je hier ten minste twee nachten slapen. Zie voor meer informatie www.willkatika.com Onderweg stoppen we bij de ruines van Pisac, waar we anderhalf uur rondlopen.
Nu zitten we dus weer in Cuzco, waar we morgen onze laatste hele dag hebben. Dus ff nog lekker rustig aan doen, dan zien jullie ons zo weer in NL 🙂
 
Interessante links over Peru, Bolivia en Chili:
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Reizen. Bookmark de permalink .

2 reacties op Peru, Chili & Bolivia 2007

  1. Harry en Corry zegt:

    We hebben de verhalen link gevonden. En uiteraard gelezen. Ook de foto\’s bekeken. zioet er geweldig uit. Groetjes en liefs,
    harrycorry.

  2. Andrea zegt:

    Espero que se encuentren muy bien, y recuerden que si vuelven a Chile nos deben pasar a ver. Las fotos estan preciosas. 
     

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s